Winner of the Klaas Dijkstra Academy award / Co-winner Long Live Art Price

Damn it, life behind the geraniums!

What does it mean to no longer be recognized as you, to increasingly lose the once self-evident unity of the inside versus the outside?

Conversations with people of the age of about 80 and over about the role of the mind in an aging body. Linked to a love poem by the Dutch poet Peter van der Velde. A research during the exhibition in gallery K38 in Roden during November and December 2018.

Installation - construction, video, sound, collages, light

Above the installation I used as my research centre, an investigation I can literally enter and move in, add video, sound and conversations. Every meeting, every conversation, every dialogue caused a change in the installation. I was able to enter into a dialogue about this research with visitors to the gallery, mostly people in an aging body.

When entering the construction, with a flashlight, this investigation I slide the black plastic aside and walk on, moving through the strings hanging in the dark space. The black strands between which I had so many conversations during the 4 weeks. Right around the corner the poem by Peter van der Velde that I read to visitors so often:

wai        

doe en ik  

en ik en dai     

wai   

de boom rekt zo hoog                                                    

en de vogel vlag hoog

en hoog aan de lucht gaan de wolken voorbij  

maar hoger dan wolken en vogels gaan wai 

doe en ik    

en ik en dai      

wai   

( Translation: we / you and me / and me and you / we / the tree stretches so high / and the bird flew high / and high in the sky the clouds pass by / but higher than clouds and birds we go / you and me / and me and you / we

The poem that I have used as a reference, a metaphor to youth, being young, experiencing body, mind and soul as one. That time of life where one is not yet aware that body and mind can be experienced as separate.

 

De installatie - beschrijving

Een ruimte voor gesprekken, in het donker, met zaklamp. Een ruimte om in te dwalen terwijl slierten papier een moeiteloos lopen verstoren en tegelijkertijd langs gezicht en lichaam glijden.

‘Ik zie mijzelf nog zo 

op de fiets langs de dijk

en voor mijn ogen ontvouwde 

zich dat panorama.’

Eva 83

Wanneer ik bezig

blijf voel ik mij weer

mijzelf.

Greet 89

In mijn hoofd ben ik jong

De rest ik kapot.

Jan 95

Bij binnenkomst het gedicht, net zoals te zien op de buitenzijde van de ruimte. Eronder een foto van mijn vader op ongeveer 6-jarige leeftijd met zijn zus. Lachende kinderen, als visueel metafoor voor het ‘wai’.

Tijdens de gesprekken met mijn gesprekspartners vertelden zij mij dat men , nu als 70 plussers, niet meer hén zagen, maar alleen hun oudere lichaam.

Ze voelden zich niet langer herkent als degene die zij zijn, die zij nog steeds ervaren in het binnenste, degene die zij altijd waren. Die is alleen nog voelbaar, niet meer zichtbaar. De daaraan gekoppelde betutteling wordt als ongelooflijk vervelend en hinderlijk ervaren.

Verder dwalend, een schilderij van 1949, een landschap waar de vogels zo vrij in vlogen. Met in de hoek dezelfde foto, mijn vader en tante kleiner in beeld. Deze foto komt door de hele installatie herhaaldelijk terug.

Een verbrand stuk papier, ouderwets handschrift, gevonden op een stapel afval op straat. Het lijkt op een oud kasboek waar met veel zorg bedragen en namen staan geschreven.

Mijn manshoge collage van karton die een gebogen oudere heer verbeeldt.

Gesprekspartners vertelden mij over de hinderlijke betutteling, in de regen aan de rand van de straat staan en ongevraagd geholpen worden over te steken.

Bij de oogarts zijn die op twee hogg zit, en onderaan de trap gevraagd worden ‘of het wel wil lukken met die twee trappen’.

Een (zinloos) ronddraaiende pijl.

En op de wand, voor bezoekers, zeer herkenbare citaten van enkele van mijn gesprekspartners.

 

Op deze laatste uitspraak ben ik vrij gaan associëren: de vellen papier hanger er. De onmacht met de gepresenteerde situatie, het onvermogen daar verandering in te brengen.

De video die een video installatie laat zien. De wand waarop hij geprojecteerd wordt heeft verstoringen; papiersnippers die het beeld lijken te defragmenteren, versnipperen. Een zwart geschilderd vlak waarop meeuwen in de lucht te zien zijn.

De instructievideo uit de jaren 50 die spreekt over emoties, eroverheen een projectie van vogels in de lucht de verwijzing naar het gedicht van Peter van der Velde.

Een spiegel met het woord wai zichtbaar in het stof, een flikkerende sokkel met een bel erboven.

Op de laatste wand mijn vraag; hoe ga ik conclusies en vragen verwerken? Is het zelf weer zichtbaar te maken? Kan het weer gezien en herkent worden? De bezoekers gaven mij een opdracht om door te gaan dit onderzoek om te zetten naar een missie om de mens in het ouder wordend lichaam weer zichtbaar te maken. Zichtbaar voor anderen.

Citaat van Hannah Arendt op de wand, zichtbaar bij het verlaten van de installatie:

De wil : ons mentaal orgaan voor een toekomst die in principe onbepaalbaar is en daarom een mogelijke voorbode voor het nieuwe.” Uit het boek Willen

"Ik wil nog zo veel, maar mijn toekomst en de mogelijkheden zo heel klein zijn geworden"
gesprekspartner, 90 jaar